Weblog: Nadenken over elke vierkante meter

Nederland telt binnenkort 17 miljoen inwoners, zo maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek deze week bekend. Allemaal mensen die moeten wonen, werken en hun vrije tijd zo prettig mogelijk willen besteden. Allemaal mensen met verschillende behoeftes en wensen, die de komende jaren hoogstwaarschijnlijk ook nog eens zullen veranderen. En juist die aspecten maken ingrijpen in de leefomgeving vaak lastig.

Sinds 2012 is in de wet een hulpmiddel vastgelegd voor gemeenten en provincies om hen te helpen bij de duurzame invulling van hun grondgebied: de zogenaamde Ladder voor duurzame verstedelijking. Deze ladder telt 3 treden – het is dus eigenlijk meer een keukentrapje – en zorgt dat je nadenkt over de juiste invulling van de beschikbare ruimte. Bij trede 1 vraag je je af: ‘is er een regionale behoefte?’, alleen als het antwoord daarop ‘ja’ luidt mag je naar trede 2: ‘Is deze behoefte op te vangen binnen bestaand stedelijk gebied?’ en wanneer daar het antwoord ‘nee’ op is ga je naar trede 3, waarbij je moet zoeken naar de beste locatie buiten het stedelijk gebied.

Het klinkt allemaal vrij eenvoudig. Maar juist al bij de eerste trede – het motiveren van de behoefte – sneuvelen veel plannen. Zeker bij projecten met een lange aanlooptijd kan de behoefte namelijk ondertussen sterk veranderen. Er blijken bijvoorbeeld veel meer of minder mensen van of naar het gebied te trekken. Of mensen zitten helemaal niet op bepaalde winkelcentra te wachten. Nou ja, er zijn genoeg voorbeelden van bouwprojecten te verzinnen die toch niet zo succesvol bleken. En dat is zonde van het geld en de schaarse open ruimte.

De provincie helpt gemeenten graag om samen deze schaarse ruimte zo goed mogelijk te benutten. Bijvoorbeeld door gegevens en onderzoeksmogelijkheden beschikbaar te stellen die vroegtijdig kunnen helpen bij het inventariseren en wegen van een behoefte. Want wanneer dit onvoldoende gebeurt bestaat er het risico van langlopende procedures. Juist hier geldt: beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald.

Bij de vraag waar in de regio nieuwe bouwlocaties kunnen komen, is het belangrijk dat gemeenten dat onderling bespreken. Daarom bevordert de provincie dat gemeenten met elkaar om de tafel gaan zitten. Zo weten ze van elkaar wat er speelt op elkaars grondgebied. En kunnen we voorkomen dat projectontwikkelaars gaan ‘shoppen bij de buren’, wanneer ze voor hun plan bij een aangrenzende gemeente ‘nee’ als antwoord hebben gekregen. In het verlengde daarvan is het belangrijk dat we het beleid van het Rijk en de provincie op dit vlak nog beter op elkaar aan laten sluiten. Zodat iedereen weet waar hij aan toe is.

Grond in onze provincie is bijzonder schaars. Over elke vierkante meter moeten we bijzonder goed nadenken. Een gezamenlijk gedragen visie op de ruimte in Noord-Holland, gericht op de verre toekomst, is daarbij naar mijn mening onontbeerlijk.

Joke Geldhof
29 januari 2016

Uitgelicht

Portretfoto Joke Geldhof