Weblog: Ruimte gevraagd

14 april 2017

Begin 2017 zijn Gedeputeerde Staten begonnen met een zogenaamde Arhi-procedure (Wet algemene regels herindeling), om te komen tot maximaal 3 gemeenten in de Gooi- en Vechtstreek. Dat besluit heeft tot veel discussie en emotie geleid in de regio. Daar heb ik begrip voor, maar tegelijkertijd is het besluit in het belang van de regio genomen.

Aanleiding waren 3 onderzoeken waarin duidelijk staat dat de gemeenten Weesp en Wijdemeren lokaal onvoldoende kracht hebben om de zaken die van belang zijn voor hun inwoners, en hun ambities, op een goede wijze voor elkaar te krijgen. Daarnaast blijkt dat de 7 gemeenten dit ook op (boven) regionale schaal onvoldoende lukt. 

Hierdoor laat de regio kansen liggen op het gebied van bijvoorbeeld economie, werkgelegenheid, wegen en openbaar vervoer. Van een gezamenlijk optreden naar andere regio's en het Rijk, of daadwerkelijke besluitvorming over dergelijke onderwerpen komt onvoldoende terecht. Dit beeld werd recent sterk bevestigd door de uitkomsten van het zogenaamde MIRT-onderzoek naar infrastructuur, ruimte en transport. 

Alle reden dus om de bestuurskracht te verbeteren. In eerste instantie is aan de gemeenten zelf gevraagd met een oplossingsrichting te komen. Daarbij bleek: zoveel gemeenten, zoveel meningen. Gedeputeerde Staten konden er geen chocola van maken en daarom hebben zij bovengenoemd besluit genomen. 

Ik mag als gedeputeerde Bestuur de gesprekken voeren en inmiddels ben ik bij enkele colleges en een gemeenteraad langs geweest. Daarbij vallen tot nu toe 2 zaken op: 
Veel fracties in de gemeenteraad van Gooise Meren zien geen oplossing in het vormen van maximaal 3 gemeenten. Zij willen liever doorpakken en gaan voor 1 gemeente zodat bestuur- en daadkracht van de regio optimaal worden geregeld en men een onnodige fase van 'tussenfusie' kan voorkomen. 

Daarnaast is in diverse colleges en ook in de raad van Gooise Meren gevraagd welke ruimte er is om zelf met een andere oplossing te komen voor het probleem van de regionale bestuurskracht.

Mijn antwoord daarop is als volgt: ik vind het positief dat er blijkbaar beweging is ontstaan en besturen en raadsleden elkaar opzoeken omdat zij onderkennen dat er een serieus probleem ligt dat om een oplossing vraagt. 

De fase waarin we nu zitten heet niet voor niets 'open overleg'. Dat betekent volgens mij dat partijen alles op tafel moeten kunnen leggen wat zij van belang achten en dat dit serieus genomen en beoordeeld moet worden. Het zou de provincie (terecht) kwalijk worden genomen als ik in deze fase vooraf zou bepalen wat de andere partij wel of niet kan zeggen of voorstellen. 

Wat ik wel vooraf kan zeggen, en ook gedaan heb, is dat een alternatief voorstel aan een aantal randvoorwaarden moet voldoen om serieus beoordeeld te kunnen worden. Geen 'houtje-touwtje-oplossing' dus. Het moet in ieder geval leiden tot een daadkrachtig regionaal bestuur, en zaken als mandatering of arbitrage moeten op voorhand, dus voor een daadwerkelijk voorstel aan de provincie, door alle raden en colleges zijn vastgesteld om aan te tonen dat er breed draagvlak is.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik tot nu toe in de mondeling gedane voorstellen nog geen oplossing voor de problemen zie. Daarom zetten Gedeputeerde Staten onverkort in op maximaal 3 gemeenten.
 
Ik kijk uit naar de komende gesprekken en hoop dat deze in dezelfde constructieve, open en prettige sfeer verlopen als tot nu toe.

Jack van der Hoek
14 april 2017

Uitgelicht